Author Archives: Marc Mestdagh

Gelezen en goedgekeurd: Strategie als succesfactor voor de vereniging van de toekomst ?

Met het boek “Samenwerkende Brancheorganisaties” dwingt Tim van der Rijken verenigingsprofessionals en bestuurders na te denken over de toekomst van hun organisaties. De manier waarop sectororganisaties en beroepsverenigingen de belangen van hun leden tot op vandaag behartigen staat onder druk. De “invloed” die voorheen als vanzelfsprekend toegedicht werd aan deze organisaties is onderhevig aan heel wat factoren. Van der Rijken ziet belangrijke bedreigingen in een toenemende branchevermenging (een sector of beroep is niet langer zwart-wit afgelijnd), de toename van zelfstandigen (die door hun flexibiliteit klassieke business-modellen uitdagen) en wijzigingen in de marktwerking (bv. de manier waarop de overheid een rol speelt bij het aansturen van de economie).

Het antwoord op deze veranderingen is volgens Tim van der Rijken  een nieuwe strategische koers varen, zodat de effectiviteit, de relevantie van de organisatie gevrijwaard blijft. En daar wringt het schoentje al meteen: onderzoek over strategie bij dergelijke organisaties is zo goed als onbestaand, en als organisaties er al zelf mee bezig zijn gaat het vooral over onderzoek waarbij de eigen organisatie geëvalueerd wordt door ledentevredenheidsenquêtes. Of er wordt vanuit een sterke bedrijfseconomische bril inzake voor- en nadelen naar de organisatie gekeken, terwijl er een hele andere dynamiek,  logica en finaliteit aan de grondslag ligt van sectororganisaties en beroepsverenigingen. Terecht benadrukt Van der Rijken hun maatschappelijk belang en weerlegt hij het argument van de critici als zouden brancheverenigingen enkel met een herverdeling van middelen bezig zijn en zelf geen waarde creëren, en daardoor een rem betekenen voor de economie.

In een poging om tot een zinvol strategievormingsproces te komen, stelt Van der Rijken zijn “Piramide van Invloed” voor. De invloed van een organisatie wordt bepaald door vier elementen die de organisatie zelf in de hand heeft: centraal staat de strategie en daarlangs de middelen, de besturing en het management en tot slot de activiteiten. In afzonderlijke hoofdstukken worden deze drie onderdelen in detail en zeer grondig verder uitgewerkt. Aandacht voor de diverse issues wijzen telkens in dezelfde richting: strategie leidt tot effectievere ‘invloed’ van de organisatie.

Uiteraard spelen ook externe factoren een rol. Organisaties zijn niet langer eilanden en worden gedwongen na te denken over vormen van samenwerking. Dit kan leiden tot organisatorische optimalisatie, maar evenzeer tot nieuwe activiteiten en opportuniteiten om een grotere invloed uit te oefenen en zo een meerwaarde te creëren voor de leden. In een laatste hoofdstuk worden heel wat samenwerkingsvormen systematisch ontleed en met praktijkvoorbeelden toegelicht. Tot slot reikt Van der Rijken een ‘Stappenplan’ voor een strategievormingsproces aan.

Het boek voldoet hiermee alleszins aan de in hoofdstuk 1 zelf opgelegde doelstelling : “dit boek legt het model (Piramide van Invloed) uit en biedt  praktische handvatten om er in de praktijk mee aan de slag te gaan.”  De bedenking die ik me wel maak, is in hoeverre er niet te weinig aandacht besteed wordt aan die externe factoren die vandaag elke organisatie onder druk zetten.  Toegegeven, alles begint bij een goede interne organisatie, al of niet in samenwerking met anderen, maar de externe factoren, zoals ook in het boek aangehaald, maar ongetwijfeld ook de impact van internet, zijn veel ingrijpender dan menig verenigingsprofessionals of bestuurders durven te erkennen. Die impact beukt niet enkel in op de organisatie, maar op de volledige maatschappelijke context, waarbinnen sectororganisaties en beroepsverenigingen een cruciale, maar weliswaar fragiele rol spelen. Een essentieel aandachtspunt dat in het boek lijkt te ontbreken is dan ook hoe organisaties zich in de praktijk hier tegen wapenen. Hoe verloopt de communicatie tussen al die stakeholders? Klopt het wel wat de inleider Han Bekke stelt: “Snelle informatieuitwisseling via internet en publieke sociale netwerken dragen niet bij aan ledenbehoud’? Kan en moet de organisatie van de toekomst nu net niet daaruit haar munitie en energie halen en openstaan om met de vele stakeholders (zowel institutionele als de burger) in dialoog te treden. Is de manier waarop de organisatie communiceert niet het bindmiddel dat de structuur van de organisatie vasthoudt? Zal de vereniging van de toekomst niet op de eerste plaats een strategie moeten ontwikkelen die een antwoord biedt op de vele externe factoren, en zich daarna intern gaan optimaliseren. Of zijn de verenigingsmanagers nog altijd in “command and control” ? (MM)

Samenwerkende Brancheorganisaties, Tim van der Rijken, VM Uitgevers, 2012, ISBN 9789491441004

Dit artikel is ook in Zeppos #27, newsletter voor verenigingsprofessionals verschenen.


LinkedIn–groepen en verenigingen: een moeilijk huwelijk ?

Het sociale netwerk LinkedIn telt inmiddels meer dan 135 miljoen leden. In het buitenland heeft het vooral de reputatie van een HR-toepassing te zijn, een tool om aan een job te geraken. De profielen hebben inderdaad veel weg van een cv en voor HR-professionals (zoals headhunters) is het dan ook een aangename biotoop om te vertoeven. Dat neemt niet weg dat alle functionaliteiten om een groot professioneel netwerk uit te bouwen en ook daadwerkelijk te netwerken onbenut zouden blijven. De bedrijfspagina’s en ook de groepen zijn uitermate populair.

Bij ons wordt LinkedIn in veel gevallen als een on line ‘Rolodex’ gebruikt: we voegen er al onze contacten aan toe maar doen er niet zoveel mee, tenzij misschien eens kijken naar het profiel. Veel gebruikers vergeten ook effectief te gaan kijken naar het netwerk van de contacten, zich bij nieuwe contacten te laten introduceren, de content (status, nieuws, presentaties, boekenlijstjes) te bekijken die contacten delen enz. Maar we willen het hier op de eerste plaats over de LinkedIn Groepen hebben. En vooral over hoe een beroepsvereniging of sectororganisaties hiermee moet omspringen. Zogenaamde Charities, die op een heel andere manier naar ‘leden’ kijken laten we hier even buiten beschouwingen.

LinkedIn biedt twee soorten groepen aan: open groepen en members-only groepen. In de praktijk stellen we vast dat de members-only groepen op te splitsen zijn in open-gesloten groepen en volledig gesloten groepen. De keuze om met één of meerdere formats te werken heeft op de eerste plaats te maken met de strategische doelstelling die men wil bereiken.  Ik heb geprobeerd om in dit schema (PDF) enkele cruciale issues tegenover mekaar uit te zetten. 

In de vakliteratuur wordt regelmatig gewezen op het mogelijke ‘gevaar’ van LinkedIn voor verenigingen, omdat het de grens tussen ‘gratis’ en ‘betalende ledenservice’ doet vervagen. Een bijna willekeurig citaat van een verenigingsprofessional:

“I use LinkedIn enough to know it could one day be a serious threat to traditional associations (if it’s not already). That’s why LinkedIn’s addition of more dynamic functionality to its discussion groups, it has once again raised the bar for professional networking among members of an industry – and this, in turn, puts more pressure on associations to add value to their members beyond what the members can get for free.”

Mijns inziens hoeven organisaties die goed nadenken bij het schema en daar gericht keuzes in maken helemaal niet bang te zijn van LinkedIn. In een interessant artikel in Associations Now (het tijdschrift van ASAE) legt Allen Blue, medestichter en Vice-President of Product Strategy bij LinkedIn uit dat organisaties vooral moeten focussen op wat ze goed doen. Als er geen resources zijn om een technisch platform up ad running te houden, dan kunnen ze best LinkedIn gebruiken.  De conclusie lijkt me dat het in functie van concrete doelstellingen best mogelijk is om een waardevolle complementariteit te vinden in één of meerdere van deze formats van groepen. ‘Controle’ mag dan vroeger als het meest kritiek ervaren worden, vandaag is het vooral belangrijk de waarde te koesteren die deze nieuwe instrumenten kunnen bieden voor de organisatie.

Tip: zelfs al doe je er niet zoveel mee, het is best om een LinkedIn Groep aan te maken voor uw organisatie, al was het maar om te vermijden dat iemand dat in uw plaats doet.

Tot slot nog even de praktijk: Als ik de BSAE-LinkedIn groep bekijk, vind ik het op de eerste plaats belangrijk om een laagdrempelige omgeving te creëren waarbinnen  professionals ongestoord van gedachten kunnen wisselen. Ondertussen stel ik vast dat ik meer mensen toegang ontzeg dan toesta. De activiteit op de groep zelf is beperkt en doet de vraag rijzen of de interactie met ‘derden’ (consultants, leveranciers, geïnteresseerden en ook enkele onduidelijke profielen) het geheel niet boeiender zou maken. Misschien was er wel een headhunter bij met dermate veel LinkedIn-expertise dat hij de recentste vraag over LinkedIn onmiddellijk had beantwoord. De vraag is dus effectief ook voor BSAE: is het tijd om de deur te openen ? Nu er een ‘body’ van meer dan 150 verenigingsprofessionals hun weg naar de groep gevonden hebben, is er misschien wel ruimte voor externen…

Ook gepubliceerd in Zeppos #25 – 1/12/2011 (http://www.bsae.be/zo)


Gelezen en goedgekeurd: The Competition Within (R. Rolfes)

Het boek The Competition Within van Rebecca Rolfes draagt de veelzeggende ondertitel How Members Will Reinvent Associations. Voor het eerst ondervinden verenigingen concurrentie ten gevolge van evoluties op het vlak van technologie (internet en social media) en globalisatie. Voor Rolfes betekent dit een verontrustende vaststelling, want die externe evoluties zorgen op de eerste plaats voor concurrentie die komt vanuit de eigen rangen, namelijk de leden van de organisatie. “Online communities provide a new, instantaneous way to associate with like-minded people. They operate around the clock and with no fees attached.” Meer nog hét lidmaatschap bestaat niet meer – leden zijn veeleisend: “I want a membership made for me alone.”

Daar ligt dan ook de uitdaging voor veel verenigingen: “If associations are to survive, they must figure out how to ensure that “us” remains more important than “me”. Maar leden willen een onmiddellijke invulling van hun behoeften. ” Long-range commitment is built on short-term satisfaction consistently delivered. An association’s purview as the honest broker or the independent third party certainly has value, but the market will not wait for it on that account.” Een belangrijke evolutie die Rolfes ziet is het verder uitbouwen van ‘services’ los van lidgelden: “This enables buyers to short-circuit the slowness of associations. They can buy what they want and leave.” Uiteraard is dit niet zonder risico om de finaliteit van de vereniging, de “us” te ondermijnen. 

Eén van de dingen die een vereniging kan doen om relevant te blijven is inzetten op ‘research’: “Associations can create extremely valuable research that no for-profit company can provide Associations leverage their relationships with members into data that is unavailable anywhere else.”

En ook voor de bestuurders van een vereniging heeft Rolfes een duidelijke boodschap: “The board has got to be out there into the future”.

Finale boodschap is dus: lezen dat boek !

 Uitgeverij iUniverse- ISBN 978-0-595-52695-6

(bijdrage ook verschenen in de newsletter voor verenigingsprofessionals Zeppos #24 – http://www.bsae.be/zo )


Wat ik niet heb geleerd op het #VMtrends11 congres ?

Een studiedag hoeft niet alle vragen te beantwoorden, mag er zelfs ook nieuwe oproepen. Dat social media, hoe je het ook  theoretisch, terminologisch verpakt, voor organisaties een win kan betekenen is gemeengoed. Vanuit een strategische aanpak, gekoppeld aan de waarden van de organisatie, ligt de weg open om niet alleen de organisatie, maar ook de wereld te veranderen. In de praktijk vertaalt dit zich dan dat we gewoon met z’n allen in het sociale mediawater duiken en zwemmen en hopen ergens een veilige boord te vinden. En daar is niks mis mee – al doende leert men. Tot daar de context.

Wat ontbreekt is een antwoord op de vraag hoe beroeps- en brancheverenigingen binnen die context stand zullen houden of überhaupt nog bestaansrecht hebben. Laten we de ‘charities’ en ledenorganisaties die een algemeen belang (zoals WNF) beogen even buiten beschouwing. Social media spelen daar een heel andere rol: de call-to-action is en blijft doneren. Alle acties, of het nu communicatie, branding, ledenbinding of ledenservice is, wijzen in die richting.

Bij beroeps- en brancheverenigingen speelt een andere, complexere dynamiek. Als we er Tacks propellor bij nemen valt het op dat social media wel op elk blad(collectief organiseren, strategische belangen positioneren, individueel profiteren) lijkt in te spelen, maar ook op de centrale as (infrastructuur). En daar zit juist de missing link: je kan als organisatie social media in de ruimste zin (sociale netwerken, co-creatie, membersourcing,…) inschakelen en op diverse punten successen boeken, maar welke ‘overall’ impact heeft dit op het wezen van de organisatie. Een propellor met ongelijke bladen en een te dunne aandrijfas is niet wat we nodig hebben. De uitdaging is om een evenwicht te vinden tussen de verschillende belangen (algemeen, collectief, individueel), de verschillende stakeholders, de overvloed aan informatie, de permanent wijzigende omstandigheden waarin leden zich bevinden, en daaronder een infrastructuur/organisatie plaatsen die dit kan dragen. Internet en sociale tools zijn hierbij uiteraard belangrijke instrumenten, maar laten we niet vergeten dat het dezelfde tools zijn die het net makkelijk maken (en misschien ook een grotere impact hebben) om zichzelf te organiseren zonder al die formele dingen.

Het verhaal van de Communitymanagers is een succes op het niveau van de thematische community binnen de LinkedIngroep. Maar ondanks de strenge preselectie (slechts 10% van de geïnteresseerden krijgt toegang) en het zacht afdwingen van commitment blijkt de conversie (minder dan 20%) naar een ‘beroepsvereniging’ toch niet zo voor de hand te liggen.  Welk propellorblad hapert, is de aandrijfas niet te dun?

De sectororganisatie CBW-Mitex bewandelt de tegenovergestelde weg door te  getuigen van een grote flexibiliteit waarmee het zich ten dienste van de leden aanpast en herdefinieert, onder meer door actief internet en social media in te zetten om een meer open organisatie te krijgen. Dat de organisatie menselijker en de ledenservice beter wordt is een mooi resultaat, maar dat de volledige sector onder druk staat (30% inkrimping wordt voorspeld) is niet zomaar even via twitter of facebook op te vangen. Wat is de impact hiervan op de organisatie, welk propellorblad dreigt het geheel asynchroon te laten draaien ?

Binden en verbinden is ongetwijfeld key voor verenigingen. Maar dan moet er wel iets zijn waarrond men kan binden en verbinden. Sociale tools zijn niet meer dan ‘lijm’ en we weten allemaal dat niet alles zomaar aan mekaar blijft kleven. Wat ik dus niet geleerd heb, is hoe een organisatie zich meer dan enkel weerbaar maakt tegen de permanente druk van externe factoren die het wezen van de organisatie (lees: het doel waarvoor de organisatie staat) in vraag stelt.


Eerst social, dan pas social media

Morgen ga ik naar Baarn voor het 3e VM trendscongres met de welluidende titel “Binden en verbinden in het sociale media tijdperk”. Tijd dus om mezelf wat voor te bereiden. De Hollandse collega’s staan al zo veel verder dan wij op het vlak van verenigingsmanagement – niet afgaan is dus de boodschap!

De vraag uit de aankondiging van het congres is: “Zou een vereniging door de inzet van sociale media de binding en verbinding met de leden juist kunnen versterken?” En eigenlijk zou de vraag moeten zijn: “Is onze vereniging voldoende sociaal opdat sociale media zinvol zijn om onze leden beter te binden?” Er wordt al te gemakkelijk gedacht dat het invoeren van sociale media een succesverhaal wordt zodra dit als een strategisch keuze naar voor wordt geschoven, er een social media plan wordt uitgeschreven en er ook nog eens een jonge kracht ingeschakeld wordt die overweg kan met twitter en facebook.

Helaas, pindakaas, zo werkt het dus jammer genoeg niet. Een organisatie zonder cultuur van communicatie en interactie met de leden (een goed telefoongesprek of een lange fax zijn ook mooie voorbeelden van co-creatie), een organisatie die amper weet wie de actoren (overheid, media, zusterorganisaties, key-players,…) zijn waar het eigenlijk al jaren had mee moeten communiceren, kunnen met de nieuwe twitteraccount hoogstens schreeuwen tegen de internetsterren. Als leden vroeger al niet naar events kwamen, waarom zouden ze nu opeens de online community willen bevolken. Als de nieuwsbrief ongeopend bij het oud papier kwam, waarom zou men dan nu een spervuur van spitsvondige tweets willen ondergaan. Organisaties die gaandeweg verleerd zijn om sociaal te zijn en zich vooral naar het eigen voortbestaan richten of bij voorkeur herhalen wat al jaren werkt, zullen van hun met hoge verwachtingen opgestarte social media inspanningen enkel whiplash ondervinden, en er bijgevolg een barstende koppijn aan over houden.

Ondanks vele goede bedoelingen om op de social media trein te springen, vrees ik dat voor veel organisaties die deur beter nog even dicht blijft. Maar ongetwijfeld zal ik hierin morgen zwaar tegengesproken worden.

Programma: http://www.vm-online.nl/evenementen/trendscongres/programma

Volg ook op twitter met #vmtrends11


Europese (internationale) trends inzake verenigingsmanagement

Vorige week lichtte Nikki Walker, VP van MCI de hier al aan bod gekomen studie “Strategies for tomorrow’s Innovative Associations” toe voorafgaand aan de Algemene Vergadering van ESAE (European Society of Association Executives).

Uit het interactieve debat achteraf zijn mij de volgende drie zaken bijgebleven:

1. De algemene mondialisering van industriële activiteiten leidt tot grote verschuivingen binnen het verenigingenlandschap, zowel structureel (grotere spelers die hun belangen ook direct, buiten de sectororganisatie om, weten te behartigen) als geografisch (de opkomst van de BRIKS-landen leidt tot een nieuwe verenigingencultuur).

2. Binnen de Europese verenigingencommunity in Brussel is er een toenemend gevoel van concurrentie tussen de diverse verenigingen en lobbygroepen. Om dit te counteren worden one-issue samenwerkingsverbanden afgesloten tussen zowel concurrerende als complementaire (schakels binnen eenzelfde waardeketen) organisaties.

3. Tot slot kwam ook het opvallend lage cijfer (11%) uit het onderzoek inzake gebruik van social media ter sprake. Het toenemende belang ervan werd niet in vraag gesteld, al is het voor sommigen echt niet duidelijk hoe eraan te beginnen. Er bleek echter wel een grote onzekerheid over hoe de volgende generatie verenigingsmanagers (zog. Generation Y) het typische ‘consensusmodel’ van beroepsverenigingen en sectororganisaties zal invullen.

Link naar MCI Whitepaper http://www.mci-group.com/~/media/MCI/Files/WhitePapers/amc_whitepaper_161210.ashx


Crowdsourcing for communities

“The central principle of crowdsourcing is that the group contains more knowledge than individuals. The trick lies in creating the conditions in which they’ll express that knowledge.”

Crowdsourcing van Jeff Howe gaat een stap verder dan Wisdom of the Crowds. Nu we de kracht van de ‘crowd’ onderkend hebben, kunnen we daar actief iets mee gaan doen. En Howe toont aan dat het niet zo moeilijk is om mensen te overtuigen.

“People derive enormous pleasure from cultivating their talents and from passing on what they’ve learned to others. Collaboration, in the context of crowdsourcing, is its own reward.”

Howe toont overtuigend aan dat de Power of the Crowd een belangrijke drijfveer, zo niet het fundament voor toekomstige bedrijven kan worden. Dit betekent uiteraard een ingrijpende verandering van de manier waarop we nu over organisaties met hun traditionele hiërarchische structuren denken. Dat neemt niet weg dat het een moeilijke evenwichtsoefening blijft.

Tot slot nog een belangrijke kanttekening die ook voor verenigingen en vooral voor de verenigingsmanagers van belang kan zijn:

“People might be enthusiastic and capable of some level of self-organization according to their interests and abilities, but they also require direction and guidance and someone to answer their questions. (…) Communities need community leaders.”

 Crowdsourcing by Jeff Howe (ISBN 9780307396211)


The Wisdom of Crowds

 It has become so common to refer to the wisdom of crowds when talking about the power of the internet to empower people in forming groups and acting in a way that individuals could not. Is it possible for a random group to be smarter than an expert with years of experience? 

Looking at associations, is there consequently more intelligence amongst the members than can ever be with the organization’s staff ? 

And if so, how can we use that effectively ? Questions that made me decide to get into the book “The Wisdom of Crowds” by James Surowiecki.

Already in the introduction things seem to be more complex:

“ Under the right circumstances, groups are remarkably intelligent, and are often smarter than the smartest people in them. Groups do not need to be dominated by exceptionally intelligent people in order to be smart”. 

And the rest of the book confirms these ‘nuances’ again and again.  Some examples:

“Generating a diverse set of possible solutions isn’t enough. The crowd also has to be able to distinguish the good solutions from the bad”.

“Independence of opinion is both a crucial ingredient in collectively wise decisions and one of the hardest things to keep intact.”

“ Any crowd – whether it be a market, a corporation, or an intelligence agency – needs to find the right balance between two imperatives: making individual knowledge globally and collectively useful (as we know it can be), while still allowing it to remain resolutely specific and local.”

Surowiecki illustrates the complexity of the concept of the wisdom of crowds with very divers cases covering all of society. This makes this book so much more than a trendy slogan.

“In any case, while it’s certainly true that you often need a smart individual to recognize the intelligence of the group, in the future that may no longer be as necessary. As the value of collective wisdom becomes more widely recognized, people will be more likely to adopt, on their own, collective approaches to problem solving, and the Internet affords us any number of examples of wise crowds that are, for the most part, self-organized and self-managed. We’re a long way from anything resembling bottom-up decision making, either in government or in corporate America, but certainly the potentials for it now exists. Will that potential be realized? Well, as it happens, that’s the most important question I still have about the idea of collective wisdom. While I’ve been impressed by the way in which organizations have started to experiment with collective decision making, I have also been struck by how profoundly the wisdom of crowds challenges some of our most deeply held assumptions about leadership, power and authority.”

Every association has to take this challenge into account!

The Wisdom of Crowds, James Surowiecki, Anchor Books, 2005 (ISBN 0385721706)


Strategies for Tomorrow’s Innovative Associations

Association management company MCI Benelux has published a remarkable Whitepaper: Strategies for tomorrow’s Innovative Associations as a result of an survey among 450 trade and professional associations. No less than 8 strategies to ensure future relevance have been defined and what’s more scrutinized thoroughly:
• Set a sustainable framework,
• Position your association as a thought leader
• Demonstrate value and relevance to members
• Develop new initiatives and revenue streams
• Constantly innovate
• Extend your outreach through partnerships and alliances
• Communicate, communicate, communicate
• Invest in future leaders

The analysis is not only inspiring, at times it is Sharp and forewarning: “We would advise associations to guard against complacency. We believe we are seeing a trend towards greater competition in an increasingly crowded association marketplace and only those associations with a clearly differentiated vision, strategy and structure are likely to survive in the longer-term.”

New times imply new ways of thinking and acting. The overall conclusion is: “Associations must be the authoritative source of knowledge and industry and policy intelligence and be seen as the thought leader in their sectors if they are to be a credible and respected interlocutor with industry, members, policy-makers and regulators.”
Definitely a mustread for every Association Executive.

MCI rapport http://www.mci-group.com/~/media/MCI/Files/WhitePapers/amc_whitepaper_161210.ashx


Hello Association management 2011

[This post is about getting this blog back on track: I will be slow on using it, meanwhile do follow me on twitter @2Mpact ]

It has been a while since I posted an item on this blog. The original scope was clear and simple: I gave myself one year (2010) to find an anwser to the question: Will the internet replace associations ?

The result of that investigation can be summed up as follows: 80 posts on this blog, an exciting trip to Los Angeles for the ASAE Annual Meeting (resulting in 3 posts: 1 - 23 ) and before silence set in on this blog, a very important conclusion. Work shifted to the operational level: promoting the Belgian Society of Association Executives (with at this moment 150 members) and publishing Zeppos, a bi-weekly newsletter on association management resulting in 11 editions in 2010, the last being a 32-pager with 100 items on association management in general, trens, quotes, tips… (PDF, in dutch).

And of course: an answer to the big question: NO ! Associations should embrace the important possibilities of the internet to become even more awesome ! This made me decide to change the subtitle of this blog.

For 2011 I plan to invest a lot of time in the growth of BSAE, focussing on improving awareness of the importance of association management and thereby empowering the association executives. And last but not least I plan to put my detailled thoughts in writing (my L.A. Mojo). In this respect I will still use this blog, although it may be more sporadically.

Meanwhile, I will continue using twitter to share all the wonderful stuff I find on the internet so if you are interested: follow me on http://www.twitter.com/2mpact (I try to keep it in English when it’s about association management).

(MM, 16 Jan 2011)


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1,052 other followers