Monthly Archives: February 2010

#TFOA 41: Time-out 2

[Last week I was working on some new texts for Sectorlink.be. This is a portalwebsite for Belgian associations that groups profiles and news from 400 trade organizations and professional associations. One of the things I dealt with was writing down why an associations should use Sectorlink.be as a communication channel, since most of them have a website and are using specific ways to communicate with their members, the media and other stakeholders.]

Quoting myself on Sectorlink.be (www.sectorlink.be)

Waarom als beroepsvereniging of sectororganisatie Sectorlink.be gebruiken ?

  1. Sectorlink.be vraagt weinig inspanningen van de organisatie en het is bovendien gratis.  (= gebruiksargument)  
  2. Sectorlink.be zorgt voor een brede zichtbaarheid  (= kwantitatief argument). 
  3. Sectorlink.be benadrukt het unieke karakter van de ‘content’ van beroepsverenigingen en sectororganisaties. Het strakke format van de website en de neutrale manier van presentatie en weergave onderstrepen het bijzondere karakter van de content. De informatie wordt ‘puur en onversneden’ aangeboden, zoals u het bedoeld hebt. Meer en meer informatiegebruikers interpreteren liever zelf content, dan die voorgekauwd voorgeschoteld te krijgen.
  4. Sectorlink.be zorgt voor een uitzonderlijke context. De exclusieve  focus en de nabijheid van gelijkaardige content, versterkt alleen maar het unieke en autoritatieve karakter van de website en de erin aanwezige informatie. Hoe groter de bekendheid van Sectorlink.be hoe meer de site als referentie gebruikt zal worden. De organisatie heeft er dus ook belang bij om de website als belangrijke informatiebron bekend te maken.
  5. Sectorlink.be biedt een duidelijke meerwaarde voor de bezoeker door de bundeling van content , maar ook omdat hij in één oogopslag zicht krijgt op welke thema’s leven bij de verschillende organisaties. En omgekeerd kan hij via de zoekfunctie bekijken hoe organisaties een bepaald thema aanpakken.  Dit hoeft niet als ‘concurrentie’ ervaren te worden. Thema’s die door meerdere organisaties tegelijk aangepakt worden zullen ongetwijfeld een grotere nieuwswaarde genereren (informatie delen is informatie vermenigvuldigen).

#TFOA 40: Time-out

[I decided to report to the Belgian Association Executives community about my first findings on what can be found on the internet about association management. I give the article the title “Association Management 1.0”  – need I say more. I also made a compilation of some of the things I wrote in 2009 on association management issues http://bit.ly/bnolko   – some of it seems to become outdated due to my TFOA-investigation, but nevertheless, it is keeps things together.]

Enkele conclusies:

1. Het verenigingsleven

België/Vlaanderen telt niet alleen heel veel verenigingen, maar die zijn bovendien heel divers. Zowel in omvang, van leden als van staff, maar ook de manier waarop ze opereren is heel verschillend. Dat heeft uiteraard te maken met verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de juridische context waarbinnen bepaalde organisaties moeten werken. Uiteraard ook economische factoren, om het maar niet over de crisis te hebben.

En onze Vlaamse mentaliteit speelt parten. Hoewel veel organisaties zich heel wat moeite getroosten om professioneel te werken, blijft de organisatiegraad bij een aantal steken op het niveau van een noodzakelijke bijkomstigheid. Vrijwilligerswerk, ongestructureerd werken, een gebrek aan focus en visie zijn dan niet zozeer intentionele karakteristieken, maar eerder het logische gevolg van de kleinschaligheid van de sector waarmee organisaties soms te kampen hebben. Een vereniging van 50 leden kan zich geen staff van vier mensen permitteren.

2. Het professionele kader rond de verenigingen

De omkadering van verenigingsmanagement is zo goed als onbestaande. Ik heb tot nu toe geen informatie gevonden over specifieke opleidingen van verenigingsprofessionals, noch in het reguliere dagonderwijs, noch via korte of lange aanvullende opleidingen. Een aantal organisaties geven brede opleidingen voor ngo’s, non-profits of zorginstellingen, maar die zijn eerder gericht op de uitvoering van administratieve taken dan op skills die met strategie, communicatie, representatie en belangenbehartiging te maken hebben. Een beroepscompetentieprofiel zoals VPN dat heeft, of een Academie voor Verenigingsmanagement is er niet.

In de praktijk stel ik vast dat heel wat organisaties hun actieve medewerkers halen uit – met alle respect voor hun inzet – gepensioneerde leden of arbeidsactieve leden die de job erbij moeten nemen. Er is trouwens een opvallend verschil met de Nederlandse en Angel- Saksische aanpak, waar de scheiding tussen bestuur dat vooral een strategische aansturende rol heeft en het uitvoerende bureau heilig is. Bij ons gebeurt heel wat uitvoerend werk door de bestuurders zelf. Maar ook hier speelt uiteraard de schaalgrootte een rol.

Los van de interne werking van verenigingen, stel ik ook vast dat er weinig of geen ‘leveranciers’ van gespecialiseerde diensten zijn. Naast enkele filialen van grote buitenlandse AMC’s (Association Management Companies) die zich in Brussel vooral ten dienste stellen van de vele Europese/internationale verenigingen, zijn er maar enkele bedrijven die zich specifiek op de markt van verenigingsmanagement begeven. Voor wat juridische aspecten met betrekking tot de meest gebruikelijke vorm van verenigingen, nl. de vzw, betreft is er het Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor vzw’s in Wevelgem.

Op het vlak van samenwerking tussen organisaties en/ of de verenigingsprofessionals stel ik vast dat er hier en daar informeel overleg is, en dat er soms ook wel eens een studiedag georganiseerd wordt zoals de Dag van de beroepsvereniging maar een vereniging van professionals zoals VPN, ESAE of ASAE is er bij ons niet. Misschien kan deze tekst daar mensen voor warm maken.

Je zou verwachten dat de overheid mee helpt de communicatie te kanaliseren tussen haar administraties en de verenigingen, maar met uitzondering van de grote gevestigde structuren (adviesraden waarin meestal de grote multidisciplinaire organisaties vertegenwoordigd zijn) zijn er weinig aanknopingspunten voor verenigingen te vinden. In de praktijk merk je dat de verenigingen zelf maar hun weg zoeken naar de actoren die ze belangrijk achten.

 3. Internet en verenigingen

Het is herhaling, maar wat kan internet voor verenigingen betekenen ? Het is niet zomaar een stokpaardje, het is het resultaat van ermee bezig te zijn, te zien hoe verenigingen er geen vat op krijgen, er meer van verwachten dan haalbaar is, er zich de haren voor uit het hoofd trekken. En dan heb ik het nog niet over de ‘nieuwe’ dingen zoals social media, maar over zichtbaarheid op het net – het hebben van een website zonder besoignes. En communicatie via internet: hoe krijg je de leden zover dat ze willen inloggen op het ledenextranet om het verslag van de laatste bestuursvergadering te lezen?

Social media – niet op de manier zoals we het kennen van de haat- en fanpagina’s op Facebook – maar waarbij internettechnologie gebruikt wordt om een zinvol sociaal weefsel tussen leden te bouwen of om breaking news te capteren en te verspreiden, of om beroep te doen op de gezamenlijke intelligentie van de leden (zog. crowd-sourcing), dat soort social media vinden we maar amper terug. Ik plan hierover binnen afzienbare tijd een apart onderzoek te doen in het kader van TFOA.

En dat is nog niet alles: we moeten het nog hebben over autoritatieve content, intelligente data, het belang van de lokale geografische context, de impact van mobiele technologie enz. Als ik kijk wat hierover in de VS leeft, staan er nog opwindende evoluties te wachten voor onze verenigingen.

Maar voor nu, wens ik alleen te eindigen met een oproep aan al wie dit leest om collega-verenigingsprofessionals te betrekken bij de discussies over de toekomst van verenigingen. Verwijs hen naar de LinkedIn Group Belgische Verenigingsmanagers, zodat we met zijn allen samen verder kunnen werken rond deze boeiende problematiek. Heb je bedenkingen bij mijn analyse of aanvulling dan verneem ik dat heel graag. Hope to hear from you !


#TFOA 39: Not multi-media but cross-media rules

[This post is about an article that was sent to me by its author Toine Zwitserlood on Strategic communication for association and that is published in VM, the Dutch magazine for association professionals (VM, februari 2010).]

Het artikel “Inbedding van strategische communicatie, of het verhaal van de gemiste kansen” geeft een scherpe analyse van hoe een vereniging een strategisch communicatiebeleid moet uitrollen waarbij niet enkel internet, sociale media maar ook reguliere media samen kunnen bijdragen tot het creëren van een sterk merk dat de waarde en de autoriteit van een vereniging ten goede komt.

“Het draagt ertoe bij dat met name de leden, maar ook klanten, consumenten, marktpartijen, sociale partners en politieke omgeving actieve stakeholders worden en strategische partners die samen met u en uw organisatie de gestelde organisatiedoelstellingen en communicatiedoelstellingen gaan realiseren”.

Artikel (PDF)


#TFOA 38: Inside the Third Tribe

 Alweer een interessant artikel op de blog “Acronym”. Deze keer over de oprichting van een soort van vereniging van enkele bloggers uit de wereld van internet marketing en social media die niet langer hun kennis gratis willen delen, maar een maandelijkse ‘fee’ vragen. Op die manier bouwen ze aan een gesloten community.

“While the free exchange of ideas is cute for a while, eventually it becomes apparent that staging high-quality education and networking programs costs money and that those who seek them might have to pay for them in one way or another.”

De conclusie van de auteur is dat het afwachten is hoe Inside the Third Tribe verder evolueert – in elk geval kan het inzicht geven over hoe verenigingen in de toekomst zullen ontstaan en evolueren.

“To keep an eye on”.


#TFOA 37:We-think

Het boek “We-think” van Charles Leadbeater  is in menig opzicht een interessant boek. Het combineert inzichten met concrete voorbeelden en doet dat vanuit een breed perspectief. Zo wordt in de inleiding een krachtige synthese gemaakt van het internet onder de vorm van vijf toekomstvisies.

Het We-think principe is gebaseerd op een evenwicht tussen drie ingrediënten: participatie, erkenning en samenwerking. Hierbij staat het concept van delen centraal: je bent wat je deelt – met wie je in verbinding staat, met wie je netwerkt en welke ideeën, links en commentaren je deelt.

De hamvraag voor de komende jaren bestaat eruit of we erin zullen slagen om meer “rechtvaardige, participerende en samenwerkingsgerichte manieren te vinden om onszelf te organiseren”.

Uiteraard speelt het internet daarin een belangrijke rol – het stelt ons in staat om op nieuwe manieren sociaal te zijn:

“Het internet zal ons aanmoedigen om iedereen als een potentiële deelnemer te zien bij de totstandbrenging van gezamenlijke oplossingen door middel van grotendeels zelfsturende netwerken. Maar dat zal alleen gebeuren als we zelf onze gezamenlijke intelligentie kunnen organiseren. (8)”

En ook:

“Sociale netwerksites brengen geen gezamenlijke intelligentie voort, maar ze creëren wel de voorwaarden ervoor door grote groepen mensen met gezamenlijk interesses met elkaar te verbinden. (35)”

Naar het einde van het boek toe, daagt er toch ook een zekere bezorgdheid op over de rol van het internet:

“De grootste uitdaging is de vraag hoe we een of andere vorm van controle kunnen houden als krachtige technologieën uit handen van verantwoordelijke instellingen en personen verdwijnen en in de samenleving terechtkomen, mogelijk bij groepen die weinig respect hebben voor intellectueel eigendom of goed beheer. (237)”

Lees daarbij ook de volgende vaststelling en de link naar de vraag over het bestaansrecht van verenigingen is gelegd:

“Om georganiseerd te zijn hebben we niet langer een organisatie nodig, zeker niet een organisatie met een formele hiërarchie.(24)”


#TFOA 36: Are you sick of Twitter yet ?

Er lijkt onder de verenigingsprofessionals in de VS enige commotie te ontstaan over het gebruik van social media. Vooral twitter komt meer en meer onder vuur te liggen.  Een typerend, maar zeker niet het enige, artikel hierover vond ik op SmartBlog Insights. Een belangrijke reden van gebruik van social media wordt toegeschreven aan “peer pressure to embrace social media”.

Dit neemt volgens de auteur niet weg dat er organisaties zijn die efficiënt gebruik weten te maken van social media.

“These organizations have several things in common:

  • They have identified a specific use or objective for their social media activities.
  • They have determine how they are going to measure success and they start that measurement right from the beginning.
  • They have developed a strategy and a business plan that includes designating sufficient human resources to implement and manage their plans.”

#TFOA 35: Mark Pesce: About mobs and communities

Toevallig kwam ik nog enkele prints tegen van artikels van en over Mark Pesce die ik in 2008 op het net was tegengekomen. Dat we als mensen niet alleen met elkaar gelinkt zijn, maar meer en meer “hyperconnected” leek toen nog visionair maar de tijd heeft alleen zijn gelijk bevestigd.

Via Pesce leerde ik toen ook “Dunbar’s nummer” kennen – het gegeven dat mensen maar in staat zijn om met een beperkt aantal mensen (om en rond de 150) te connecteren.

Hij gebruikte Dunbar’s nummer om de grens aan te geven tussen een community en een mob (een ongecontroleerde groep mensen met weinig onderscheidende individuen). Met betrekking tot democratie klinkt het zo:

“It is not that these institutions are dying, but rather, they now face worthy competitors. Democracy, as an example, works well in communities, but can fail epically when it scales to mobs. Crowdsourced knowledge requires a mob, but that knowledge, once it has been collected, can be shared within a community, to hyperempower that community. This tug-of-war between communities and crowds is setting all of our institutions, old and new, vibrating like taught strings.”

Hoe verenigingen hiermee om moeten gaan, heb ik al eens in een white-paper neergeschreven:

“Het is eigen aan verenigingen om te communiceren met de leden. Internet biedt een brede waaier aan ‘instrumenten’ om dat te doen. In een veranderende wereld waarbij de impact van internet toeneemt (de zog. online goes offline), is het belangrijk voor (beroeps-)verenigingen om zich strijdvaardiger op te stellen: communicatie met de leden is niet langer voldoende.

Het mobiliseren van een groep mensen om samen een bepaald resultaat te bereiken is dankzij internettechnologie heel gemakkelijk geworden. Verenigingen moeten durven een volgende stap te ondernemen. Het is van essentieel belang dat de crowd een community wordt, met andere woorden dat alle leden zich dermate betrokken voelen bij de werking van de organisatie, dat zij niet alleen bereid zijn om een beperkte bijdrage te leveren, maar dat zij ook blindelings geloven in de meerwaarde die de organisatie voor de individuele leden kan betekenen. De bedenking ‘what’s in it for me’ moet plaats maken voor ‘what’s in it for our future’. Toegegeven, dit is een niet voor de hand liggende bedenking, maar niettemin moet elk lid van een sectororganisatie hierin zijn verantwoordelijkheid durven te nemen.”

Het was wel even schrikken toen ik zijn blog opnieuw bezocht. Zijn artikels van 2009 komen in print op meer dan 40 pagina’s uit. Een lawine aan woorden en ideeën over hoe de dingen veranderd zijn, wat de impact van het internet  is, hoe de toekomst eruit ziet enz.  Om nog te zwijgen van de video-opnames van zijn vele lezingen.

Ik wil er nog één citaat uithalen mbt non-profit organisaties (Sharing Power, 10 mei 2009):

“In the 21st century we now have two oppositional methods of organization: the hierarchy and the cloud. Each of them carry with them their own costs and their own strengths. Neither has yet proven to be wholly better than the other. One could make an argument that both have their own roles into the future, and that we’ll be spending a lot of time learning which works best in a given situation. What we have already learned is that these organizational types are mostly incompatible: unless very specific steps are taken, the cloud overpowers the hierarchy, or the hierarchy dissipates the cloud. We need to think about the interfaces that can connect one to the other. That’s the area that all organizations – and very specifically, non-profit organizations – will be working through in the coming years. Learning how to harness the power of the cloud will mark the difference between a modest success and overwhelming one. Yet working with the cloud will present organizational challenges of an unprecedented order. There is no way that any hierarchy can work with a cloud without becoming fundamentally changed by the experience.”

 Mark Pesces blog: http://blog.futurestreetconsulting.com

Mijn White-paper(PDF)