#TFOA 44: Back to basics : association management – theory and practice and real practice

Een tijdje terug heb ik voor één van onze klanten-beroepsverenigingen een focusmeeting georganiseerd. Niets over dagelijkse werking, ledenissues of komende studiedagen – enkel over de toekomst. Voor het eerst, zonder een duidelijke agenda of verloop op voorhand te melden en op een ander moment dan de normale bestuursvergaderingen – en tot mijn verbazing was de voltallige raad van bestuur erop aanwezig.

Ik had me bij de voorbereiding afgevraagd hoe dit best aan te pakken. Terugkeren in de tijd, zelf mogelijke scenario’s suggereren, een interactief gesprek tot stand laten komen, mogelijkheden te over.  Een volledige toekomstverkenning zoals Paul De Ruijter en Hans-Peter Lassche het in ‘Vereniging met toekomst’ voorstellen leek me nog te gewaagd, maar er moest toch een basis zijn, een kader.

“Als een beroeps- of branchevereniging eenmaal heeft besloten de toekomst niet op zich af te laten komen, maar zich te willen voorbereiden, dan zijn er vele manieren waarop dit kan. Er zijn verenigingen die aan externe deskundigen vragen hoe de toekomst er uit zou kunnen zien, of die aan onderzoekers vragen dit te analyseren en op te schrijven in een dik rapport. Er zijn ook verenigingen die op hun eigen gezond verstand vertrouwen en zo goed en zo kwaad als mogelijk hun eigen inschattingen over de toekomst verwerken in hun beleid en strategie. Er is echter ook een tussenweg mogelijk. Een tussenweg die de kennis binnen en buiten een vereniging mobiliseert en gebruikt in een goed gestructureerd proces. Een proces waarin diepgang en breedte, nieuwe inzichten en draagvlak samengaan. We hebben het dan over scenariotrajecten of toekomstverkenningen. (10)”

Voor het kader dacht ik terug te vallen op de klassieke modellen uit de Nederlandse vakliteratuur over verenigingsmanagement zoals het positionerings- en het propellermodel. Het Berenschot Positioneringsmodel bestaat uit een 5-benige ‘radar’-grafiek met de volgende functies: Lobby, Diensten, Zingeving, Intern bindende afspraken en Extern bindende afspraken. Door de onderlinge verhouding creëert een indruk van de functiemix van een brancheorganisatie. (Schmidt et al, 15)

Wellicht nog belangrijker is het Propellermodel van Tack: met daarin drie samenhangende succesfactoren die als propellerbladen rond een centrale as (de infrastructuur van de organisatie) draaien, nl. het strategisch belang positioneren, het collectief organiseren en het individueel profiteren (Tack, 29). Het voordeel van dit model is ongetwijfeld dat je de dynamiek van de structuur en interne werking van een vereniging op een bevattelijke manier kunt toelichten aan bestuurders die op zich niet zo heel erg wakker liggen van wat onder de motorkap van de vereniging gebeurt. Nochtans bleek uit de meeting zelf dat bestuurders vanuit hun specifieke achtergrond wel degelijk een interessante bijdrage kunnen leveren tot het proces van de overschouwing van de toekomst van de  vereniging, niet alleen in abstracte zin, maar gestaafd aan de hand van praktijkervaringen, van de individuele bestuurder, maar ook vanuit zijn of haar netwerk. Hoe die percepties en ideeën in concreto vertaald moeten worden, werd dan weer toegewezen aan de stafmedewerker en het secretariaat.

Tot slot toch nog even meegeven dat in het basiswerk van Tack van 2001 al een hoofdstuk besteed wordt aan het internet en de mogelijke effecten ervan voor branche-organisaties. Enerzijds is het bijna grappig te lezen hoe men moeite doet om uit te leggen wat internet is en wat het bijzonder maakt, anderzijds viel me de volgende uitspraak op:

“Het is voor een branche-organisatie mogelijk om de ‘portal’ te vormen naar alle relevante informatie uit de branche. Zij zijn hiertoe de aangewezen organisatie, omdat zij reeds toegang hebben tot de informatie en een netwerk van leden. Indien de branche-organisatie dit zelf niet oppakt, zullen de leden of andere, concurrerende, organisaties die doen”(369)  

Los daarvan blijft het wel een echt basiswerk over verenigingsmanagement, specifiek gericht op sectororganisaties en beroepsverenigingen.

Bronnen: 

*Verenigingen met toekomst, P. De Ruijter en H-P. Lassche, VM Uitgevers 2006 (ISBN 90-808943-6-2)

*Dienstenverlenende brancheorganisaties, Schmidt et al, VM Uitgevers 2008 (ISBN 90-808943-1-1)

*Professioneel verenigingsmanagement, P. Tack en P. Beusmans (ed.), VU Uitgeverij 2002 (ISBN 90-5383-752-3)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: