Monthly Archives: March 2012

Gelezen en goedgekeurd: Strategie als succesfactor voor de vereniging van de toekomst ?

Met het boek “Samenwerkende Brancheorganisaties” dwingt Tim van der Rijken verenigingsprofessionals en bestuurders na te denken over de toekomst van hun organisaties. De manier waarop sectororganisaties en beroepsverenigingen de belangen van hun leden tot op vandaag behartigen staat onder druk. De “invloed” die voorheen als vanzelfsprekend toegedicht werd aan deze organisaties is onderhevig aan heel wat factoren. Van der Rijken ziet belangrijke bedreigingen in een toenemende branchevermenging (een sector of beroep is niet langer zwart-wit afgelijnd), de toename van zelfstandigen (die door hun flexibiliteit klassieke business-modellen uitdagen) en wijzigingen in de marktwerking (bv. de manier waarop de overheid een rol speelt bij het aansturen van de economie).

Het antwoord op deze veranderingen is volgens Tim van der Rijken  een nieuwe strategische koers varen, zodat de effectiviteit, de relevantie van de organisatie gevrijwaard blijft. En daar wringt het schoentje al meteen: onderzoek over strategie bij dergelijke organisaties is zo goed als onbestaand, en als organisaties er al zelf mee bezig zijn gaat het vooral over onderzoek waarbij de eigen organisatie geëvalueerd wordt door ledentevredenheidsenquêtes. Of er wordt vanuit een sterke bedrijfseconomische bril inzake voor- en nadelen naar de organisatie gekeken, terwijl er een hele andere dynamiek,  logica en finaliteit aan de grondslag ligt van sectororganisaties en beroepsverenigingen. Terecht benadrukt Van der Rijken hun maatschappelijk belang en weerlegt hij het argument van de critici als zouden brancheverenigingen enkel met een herverdeling van middelen bezig zijn en zelf geen waarde creëren, en daardoor een rem betekenen voor de economie.

In een poging om tot een zinvol strategievormingsproces te komen, stelt Van der Rijken zijn “Piramide van Invloed” voor. De invloed van een organisatie wordt bepaald door vier elementen die de organisatie zelf in de hand heeft: centraal staat de strategie en daarlangs de middelen, de besturing en het management en tot slot de activiteiten. In afzonderlijke hoofdstukken worden deze drie onderdelen in detail en zeer grondig verder uitgewerkt. Aandacht voor de diverse issues wijzen telkens in dezelfde richting: strategie leidt tot effectievere ‘invloed’ van de organisatie.

Uiteraard spelen ook externe factoren een rol. Organisaties zijn niet langer eilanden en worden gedwongen na te denken over vormen van samenwerking. Dit kan leiden tot organisatorische optimalisatie, maar evenzeer tot nieuwe activiteiten en opportuniteiten om een grotere invloed uit te oefenen en zo een meerwaarde te creëren voor de leden. In een laatste hoofdstuk worden heel wat samenwerkingsvormen systematisch ontleed en met praktijkvoorbeelden toegelicht. Tot slot reikt Van der Rijken een ‘Stappenplan’ voor een strategievormingsproces aan.

Het boek voldoet hiermee alleszins aan de in hoofdstuk 1 zelf opgelegde doelstelling : “dit boek legt het model (Piramide van Invloed) uit en biedt  praktische handvatten om er in de praktijk mee aan de slag te gaan.”  De bedenking die ik me wel maak, is in hoeverre er niet te weinig aandacht besteed wordt aan die externe factoren die vandaag elke organisatie onder druk zetten.  Toegegeven, alles begint bij een goede interne organisatie, al of niet in samenwerking met anderen, maar de externe factoren, zoals ook in het boek aangehaald, maar ongetwijfeld ook de impact van internet, zijn veel ingrijpender dan menig verenigingsprofessionals of bestuurders durven te erkennen. Die impact beukt niet enkel in op de organisatie, maar op de volledige maatschappelijke context, waarbinnen sectororganisaties en beroepsverenigingen een cruciale, maar weliswaar fragiele rol spelen. Een essentieel aandachtspunt dat in het boek lijkt te ontbreken is dan ook hoe organisaties zich in de praktijk hier tegen wapenen. Hoe verloopt de communicatie tussen al die stakeholders? Klopt het wel wat de inleider Han Bekke stelt: “Snelle informatieuitwisseling via internet en publieke sociale netwerken dragen niet bij aan ledenbehoud’? Kan en moet de organisatie van de toekomst nu net niet daaruit haar munitie en energie halen en openstaan om met de vele stakeholders (zowel institutionele als de burger) in dialoog te treden. Is de manier waarop de organisatie communiceert niet het bindmiddel dat de structuur van de organisatie vasthoudt? Zal de vereniging van de toekomst niet op de eerste plaats een strategie moeten ontwikkelen die een antwoord biedt op de vele externe factoren, en zich daarna intern gaan optimaliseren. Of zijn de verenigingsmanagers nog altijd in “command and control” ? (MM)

Samenwerkende Brancheorganisaties, Tim van der Rijken, VM Uitgevers, 2012, ISBN 9789491441004

Dit artikel is ook in Zeppos #27, newsletter voor verenigingsprofessionals verschenen.