Monthly Archives: April 2013

What I took back home from the International/European Associations Congress #acie13 – open letter to @AssociationRes –

Open letter to the organizer

Dear Mr. Hutt,

Arriving at sunny Estoril, checking into a splendid hotel just a walk away from a great venue for the conference, you feel everything is there to have an awesome time. And I did, especially in the company of the Belgian and Dutch colleagues whom we initially met at the ASAE conference in L.A. in 2010. We enjoyed both the off and on site activities: all being professionally organized and easily accessible.

Nevertheless, I want to give three things to consider about the conference – as you asked to do when we met during the opening reception.

Attendance list –  I met a lot of new and interesting people. I luckily did my homework, so it was easy for me to trace some of the people I definitely wanted to meet. To connect and network even more effectively, I would have very much appreciated an overview of all delegates. Perhaps by creating a wall with pictures and names – checking this out would have been for many delegates a conversation starter in its own right.

Keynotes –  I was a bit disappointed about the two keynotes. The first being quite theoretical, the second brought with stylish grandeur. And I do not question their depth or insights, but neither of them really touched me. Keynotes have to be overwhelming, inspiring, unlocking enthusiasm about what the conference is about and what is to come, guiding and pushing people out into the different streams of sessions.

Sessions – In general the many sessions had a lot of potential: different points of view by speakers, panel discussions with moderators. A comment I heard several times was that there was too much overlap in the presentations, and some of them were not appropriately focused on the topic. Seen that a lot of the delegates were senior executives, a more interactive approach, utilizing to the fullest the experience of all present, would have created a more fulfilling peer-to-peer exchange.

All things considered though Damian, it was a very nice event, and as we have a proverb in Dutch: the best captain is standing on the pier. Therefore, I am convinced that it is time for organizations such as ESAE, FAIB and the national societies for association executives to step up and help not only to provide body to the conference but a heart for association management as well. And where better to find passion than in Paris !

Kind regards,

Marc Mestdagh
Coordinator Belgian Society of Association Executives


Wat overblijft van het lidmaatschap na een workshop met Sarah Sladek*

Het boek ‘The end of membership as we know it’ van Sarah Sladek zit goed in mekaar, je leest er zo door. Het schetst mooi de bijna ondraaglijke impact van technologie – het internet in het bijzonder – op de maatschappij en uiteraard ook op ledenverenigingen. Wat ik mezelf verplichtte te onthouden is dat verenigingen naar de toekomstige generaties van leden én bestuurders moeten kijken. Verenigingsprofessionals zijn dus toekomstwerkers en volgens Sladek heb je die jonge professionals bij voorkeur nu al in huis.

De live presentatie ging onvermijdelijk wat korter door de bocht, maar bracht toch wel een boeiend reflectiemoment over de problemen waar verenigingen morgen tegen aan zullen kijken als ze nu niet veranderen. Het interactieve element van de workshop creëerde bij de deelnemers bij momenten een sfeer van collectieve loutering en besef dat we er niet alleen voor staan.

Ik geloof graag dat ledenvoordelen door de nieuwe generaties anders gepercipieerd worden maar dat een extreme vorm van personalisering van ‘services’ en 24/7 beschikbaarheid de oplossing zijn betwijfel ik. Net zoals ik er ook niet van overtuigd ben dat de opkomende horde professionals de vorige generatie op ‘speed’ zou zijn. Nu de smartphone ons permanent met de wereld connecteert, lijkt er mij opnieuw ruimte en tijd om te verstillen. Moet een goed werkende beroepsvereniging of sectororganisatie mij net niet die rust verzekeren? Ik wil niet na middernacht nog een app van mijn organisatie moeten raadplegen om op zoek te gaan naar een voor mij op maat gemaakte dienst. Ik wil dat mijn organisatie proactief werkt en voor mij een mooie, brede comfortzone bouwt. En dat mag tegelijk ook voor mijn collega’s, al zijn die misschien concurrenten: samen kunnen we de taart groter maken.

Daarom reken ik erop dat de verenigingsprofessionals binnen mijn vereniging toekomstwerkers zijn, en dan geeft het niet dat mijn lidgeld niet uitsluitend aan mij besteed wordt. Dat soort solidariteit moet de basis blijven van ledenorganisaties, en daar zijn middelen voor nodig, middelen die uit een onbaatzuchtig lidmaatschap moet komen: ‘what’s in it for us’. Een sociale dimensie die ook Sladek meent te onderkennen bij de nieuwe generatie professionals. Er is dus nog hoop !

 

_______

* VM voorjaarcongres, Den Haag, 9 april 2013


Wat sectororganisaties in tijden van crisis moeten doen*

In tijden van crisis moet een sectororganisatie niet verkrampt zoeken naar individuele waarde voor de leden, maar een context bieden die transparant, sociaal en duurzaam is. Organisaties mogen niet toegeven aan de “what’s in it for me”-trend waarmee leden hun lidmaatschap willen afkopen. Het is net de uitdaging om met grotere openheid en vooral een betere kennis van zaken zich te wapenen tegen de effecten van de crisis.”

Crisis

De huidige economische crisis laat zich niet alleen voelen binnen de bedrijfswereld. Bedrijven worden gerund door ondernemers en ondernemers zijn niet zelden ook bestuurder van een beroepsvereniging, een sectororganisatie of een ander netwerk dat nauw aansluit bij de professionele activiteiten van de onderneming. Het zal dan ook niet verrassen dat op bijeenkomsten van die organisaties ook over de crisis gepraat wordt. Dat heeft zijn gevolgen voor de verenigingsprofessionals van die organisaties en finaal ook op de werking ervan.

In eerste instantie is er de ontkenning: de organisatie is afwachtend defensief en houdt vast aan het motto dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Maar ongewild treedt hierdoor dan toch een fase van stand-still in, de organisatie kijkt uit en wacht af. Zodra het begint te dagen dat de impact voor de leden effectief wordt en de crisis als dusdanig nog niet onmiddellijk overwonnen lijkt te worden, ontstaat er een protectionistische reflex. Het is belangrijk om de eigen ‘winkel’ veilig te stellen. Als er al specifieke acties worden ondernomen is het ter bevestiging van het eigen bestaan. Maar dan komt de onvermijdelijke vraag naar de ‘waarde’ die het lidmaatschap biedt. Het is niet ondenkbaar dat een ondernemer-bestuurder ’s morgens al een lidmaatschap heeft opgezegd bij één organisatie, om dan ’s avonds in een vergadering van een andere vereniging als bestuurder te moeten horen dat er ook in die organisatie wel wat leden hun lidmaatschap in vraag stellen. Collectief en ogenblikkelijk zal het bestuur zich ontfermen over de hamvraag: krijgen de leden wel genoeg waarde?

Waarde

Laat het nu juist het begrip ‘waarde’ zijn dat ik graag in vraag stel. Wat is waarde voor een ondernemer ? Hoe bekijkt hij dat binnen de muren van zijn onderneming? Gaat het om omzetstijging, grotere diversiteit van producten, groei van de markt, expansie naar het buitenland, tevreden klanten, aantal personeelsleden of persoonlijk financieel profijt?

Wat het ook mag zijn, het is een concept dat niet zomaar doorgetrokken kan worden naar het lidmaatschap bij een vereniging. Door een verkeerde perceptie ervan krijg je bij organisaties verkrampte reacties. Op de eerste plaats komt de EHBO-koffer boven: een lid dat dreigt af te haken wordt persoonlijk opgevangen om na te gaan waar het verkeerd loopt. Acties en programma’s die wegens tijdsgebrek of onwil tot uitvoering op zich lieten wachten worden van onder het stof gehaald. Dat is dus een kwestie van brokken lijmen. Erger nog, in sommige gevallen worden onderdoordacht nieuwe acties en programma’s uitgerold, louter en alleen geïnspireerd door protectionistische argumenten.

Context

In tijden van crisis moet een sectororganisatie niet verkrampt zoeken naar individuele waarde voor de leden, maar een context bieden die transparant, sociaal en duurzaam is.” Geen EHBO, geen pleisters, maar een zinvolle socio-economische omgeving, een positief en stimulerend ondernemersklimaat, dat is waar aan gewerkt moet worden. Meer nog, dat is niet alleen een uitdaging, maar evenzeer de plicht van elke sectororganisatie of beroepsvereniging. Om dat te doen slagen moeten drie voorwaarden vervuld zijn: de context moet transparant, sociaal en duurzaam zijn.  

We leven meer en meer in een glazen wereld, waar ook bedrijven glazen huizen zijn. Voor sectororganisaties en beroepsverenigingen is dat niet anders. Duidelijkheid over waar de organisatie voor staat is primordiaal. Goede afspraken tussen de verenigingsprofessionals en bestuurder-ondernemers om voor een transparante werking te kiezen zijn cruciaal. Informatie en analyses afkomstig van de organisatie en bestemd voor de leden moet waardevol en vooral accuraat zijn. Als het wat minder goed gaat moet een lid op basis van de Business Intelligence van de vereniging de juiste beslissingen kunnen nemen als het over investeringen, reorganisaties en dergelijke meer gaat.

Als de organisatie zelf acties op touw wil zetten moet het tot profijt van meerdere leden zijn. Onderlinge solidariteit moet als ‘waarde’ wordt gevaloriseerd, eerder dan individuele quick wins. Tot slot moet er een basistransparantie blijven naar de  oorspronkelijke missie van de organisatie. Als leden afhaken is de verleiding soms groot om ‘andere’ leden te zoeken, inspelend op een toenemende sectorvervaging waardoor organisaties naar de ruimere waardeketen kijken en eventueel te vlug beslissen om nieuwe ledencategorieën in te voeren. Dit kan een meerwaarde betekenen, maar heeft evenzeer strategische implicaties naar representativiteit, werking en slagkracht van de organisatie toe.

Als het trendy is om zich in te laten met ‘social media’, is het des te belangrijker om ook als organisatie open te staan voor een nieuwe, meer sociale maatschappij. Op de eerste plaats moet naar leden gekeken worden als partners van een community. Het klassieke beeld van de federatie weet het beter en informeert zijn leden, moet plaats maken voor tweerichtingsverkeer tussen de organisatie en de leden. Die laatsten zijn immers maar al te graag bereid om hun kennis en expertise te delen met de organisatie op voorwaarde dat de bedoelingen transparant en nobel zijn. De organisatie kan uiteraard ook waardevolle kennis verkrijgen via alle andere actoren, inclusief klanten en leveranciers. Er is een duidelijke noodzaak aan een open en constructieve houding naar die stakeholders waarbij dialoog en conversatie primeren op de angst om in mekaars vaarwater te komen.

Overhaast pleisters verzinnen om brokken te lijmen is uit den boze.

Tot slot moeten alle acties van organisaties in tijden van crisis gericht zijn op een duurzame toekomst van de sector of het beroep. Overhaast pleisters verzinnen om brokken te lijmen is uit den boze. De context die leden zullen weten te appreciëren is er eentje die verder reikt dan het lopende boekjaar, en die bij voorkeur de stap over de crisis heen weet te zetten. Het vergt heel wat inspanningen om voldoende kennis te hebben van de dynamiek van de ‘context’ waarbinnen de huidig maatschappij zich beweegt. Een interessant, en jammer genoeg nog onvoldoende gebruikt, referentiekader hiervoor is het gedachtengoed rond MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen), waarbij er een goede balans gezocht wordt tussen people, planet en profit. Het lijkt onweerlegbaar een essentiële taak van elke beroepsvereniging of sectororganisatie om dit mee te nemen in de werking.

Uitdaging

Het is de uitdaging om met grotere openheid en vooral een betere kennis van zaken zich te wapenen tegen de effecten van de crisis.” Organisaties mogen dus niet passief-defensief aan de zijlijn blijven staan, maar moeten actiever worden, maar dan wel op een intelligente manier door hard te werken aan die zinvolle context. Hiervoor is de inzet van ‘sterke’ verenigingsprofessionals een must. Een verdere bewustwording van het belang van deze beroepsgroep is dus meer dan wenselijk. Wat we zeker niet willen is zoals Mieke in het kinderliedje, ons angstig moeten vasthouden aan de takken van de bomen om niet te vallen in de sloot, want dan is Mieke…

__________________________________________

* Dit artikel is gebaseerd op mijn gelijknamige lezing gegeven op de Sectorlink Wake-up call van 22 januari 2013 in Gent. Het verscheen in Sectorlink Magazine nr 3 van maart 2013. Abonnees vinden bovendien nog een extra artikel dat hierbij aansluit.

Meer info: http://www.sectorlink.be