Monthly Archives: September 2013

‘Mijn gedacht’ – over de toekomst van verenigingen…

Vorige week nam ik deel aan een meeting in Brussel over “Best Practices in Advocacy and Government Relations”. Tot mijn verbazing kwam ik terecht in een kleine, maar selecte groep van verenigingsprofessionals uit de VS (een 4-koppige delegatie van ASAE was speciaal naar Brussel afgezakt) en uit de Europese scène in Brussel (vertegenwoordigers van Kellen, MCI en bestuurders van ESAE).

Topic van de dag was een diepgaande vergelijking van hoe lobby (‘advocacy’, zoals het eleganter genoemd wordt) aangepakt wordt in Washington DC (Capitol Hill) en Brussel (EU-instellingen).

Op basis van een recente studie uitgevoerd door Ellwood Atfield  (een meer gedetailleerde bespreking volgt door Sectorlink) blijkt dat de Europese lobby in Brussel niet langer exclusief verloopt via historisch gegroeide communicatielijnen of geïnstitutionaliseerde overlegstructuren. In toenemende mate wordt een flexibele, efficiënte interne structuur aangevuld met een serieuze portie ‘leadership’ aanzien als de succesfactor voor effectieve belangenbehartiging.

Lobby wordt creatief aangepakt: ad hoc, via tijdelijke allianties, sign-on sign off, met een tweet of met een A4. Zorgen dat je opgebeld wordt vooraleer de EU-administratie en het beleidsapparaat van start gaan. Dat maakt het voor verenigingen met lange beslissingslijnen niet makkelijk. Bovendien is de weg van de consensus, die leidt tot de kleinst gemene deler, niet langer wenselijk. Standpunten moeten gefocust, transparant en krachtig zijn, en getuigen van betrokkenheid van de organisatie én de achterban.

Organisaties moeten er bovendien voor oppassen dat ze niet gepasseerd worden door de impact van ‘civil society’ waarbij het individu, of het nu burgers of ondernemers zijn, hun eigen, directe weg vinden naar het beleid. Technologie en social media spelen hierbij uiteraard een belangrijke rol – een tweet kan meer doen bewegen dan maandenlang structureel overleg.

Toegegeven, het maakt het er allemaal niet makkelijker op. Ambtenaren en beleidsmakers moeten meer overleg met meer actoren aangaan, maar in ruil daarvoor krijgen ze een veel sterkere boodschap. En ook voor de verenigingen wordt het niet er niet makkelijker op. Zoals mijn Ierse buur van een Europese textielkoepel wist te vertellen is het voor hem efficiënter te werken met de ‘corporate’ members dan met de vertegenwoordigingen van de landelijke organisaties. Snelheid en slagkracht gaan hand in hand.

En wat de Belgische organisaties daaruit kunnen leren? Dat kleinere organisaties in de tijden waarin we nu leven evenzeer een belangrijke rol kunnen spelen bij het behartigen van de belangen van hun achterban. Zo kunnen ze vermijden volledig toeverlaat te moeten zoeken bij de grote multidisciplinaire en koepelorganisaties. Te veel eieren in één mand leiden onherroepelijk tot ‘breuk’. Voorwaarde is dat ze gefocust, flexibel en slagvaardig zijn. Dat begint bij een professionele omkadering waarbij bestuur en bureau sparring partners zijn en de leden meer dan een toekijkend publiek.

Wie van de ‘Belgische scène’ wil hierover zijn/haar mening kwijt ?

Advertisements