Monthly Archives: October 2013

Dag van de verenigingsprofessional: hoe een lans breken voor een beroep dat niet bestaat ?

 

Niet iedereen is het met me eens dat verenigingsprofessional een beroep op zich is.  Zitten we daar wel op te wachten? Nog een hokje om mensen in te duwen. Kannibaliseren we hun effectieve waarde als jurist, sociaal of economisch adviseur?  Administratief medewerker of management assistent, dat is voldoende bagage om het ook in een vereniging waar te maken. Hoe ga je dat verenigingengedoe in een vacature zetten? Wie wil zich zo ‘outen’ op een familiefeest?  En ook die duizendpoten die van alles moeten doen binnen de organisatie: die heb je in het bedrijfsleven en op andere werkplekken ook, maar om ze een aparte titel te geven…

Misschien dekt de term verenigingsprofessional wel niet helemaal de lading, maar dat lijkt me vooral een probleem van de lading. Te weinig werknemers binnen beroepsverenigingen, sectororganisaties, en federaties – ze zijn volgens Sectorlink toch makkelijk met meer dan 3000 – staan te weinig stil bij de belangrijke taak die ze vervullen. In een Nederlands artikel las ik recent nog dat het een job is waarbij ”je écht de wereld een beetje kunt veranderen”. Of  om een bekend Amerikaans citaat uit de vakliteratuur te parafraseren: ‘Verenigingsprofessionals zijn als cement tussen de bakstenen, ze vallen meestal niet op, maar zonder hen zou het huis niet blijven staan.’

Op zijn minst hebben verenigingsprofessionals hun geschiedenis tegen. De traditie wil dat we een verenigingsland van secretarissen zijn, half ingebed binnen de raad van bestuur, half ingebed of, nog frequenter voorkomend, vereenzelvigd met het secretariaat. Ik vergelijk het graag met de appendix, iedereen heeft er een, het lijkt van alles te doen, maar eens je er vanaf bent mis je het niet. Hoor je mij zeggen dat een vereniging zonder secretariaat kan?

Natuurlijk niet, maar laten we daar een volwaardig orgaan van maken – iets waar de organisatie leven uit kan halen. En dat minstens evenwaardig is als het bestuur, zij het dat het duidelijke andere taken heeft. We noemen het op zijn Hollands het Bureau (met hoofdletter B) en bevolken het niet alleen met een directeur, maar ook met stafmedewerkers en ondersteunende profielen. Samen ‘runnen’ ze de organisatie alsof het hun eigen ‘bedrijfje’ is. Naar de Raad van Bestuur wordt gerapporteerd over hoe ze het beleidsplan vorm geven en successen boeken, en soms ook eens niet, maar dat hoort erbij. Als het maar vooruit gaat. De opdracht: werken aan de toekomst van het beroep of de sector waar de vereniging voor staat.

Wat we dan echt nodig hebben zijn niet zomaar profielen, harde en zachte skills en competenties, maar ‘professionals’, jawel verenigingsprofessionals. Los van hun basisopleiding en professionele achtergrond, moeten ze de dynamiek van de organisatie aankunnen, de permanente verandering waaraan het beroep, de sector en de leden onderhevig zijn, de socio-economische wispelturigheid, de slaande en zalvende overheid. Teveel om op te sommen, maar alles bijeen op zijn zachtst uitgedrukt een ‘challenge’.

Nergens meer dan binnen een beroepsvereniging of sectororganisatie is ervaring de beste leermeester. Het aanbod van opleidingen (zij het basisonderwijs, zij het vorming) is beperkt. Dat maakt dat de omstandigheden waarbinnen de verenigingsprofessionals moeten werken optimaal moeten zijn. Een professionele en stimulerende omkadering, bij voorkeur niet geleid door de perfecte manager die te veel de uitvoerder-secretaris benadert, maar door een ‘thought leader’, iemand met visie en wilskracht. Iemand die op een evenwaardig niveau zijn mannetje kan staan tegenover de  Raad van Bestuur.

Enkele jaren terug heb ik hem (of toenemend haar) nog een ‘Zeppos’ genoemd, naar de eigenwijze en geheimzinnige kapitein die in zijn amfibiewagen met op de achtergrond een Don Quichotaanse windmolen elke opdracht tot een goed einde bracht. Dat is het beeld dat elke verenigingsprofessional vandaag in de spiegel moet zien. Wie dat ziet en ook voelt dat hij niet alleen vandaag maar ook morgen de toekomst van een beroep of een sector zal veranderen is het meer dan waard om de titel van verenigingsprofessional te dragen.


Mijn Leden Klanten Paradox

De paradox houdt in dat naarmate je meer tegemoetkomt aan het “what’s in it for me”-gevoel van leden, hoe beperkter de doelgroep wordt en hoe hoger de kost. Als organisatie moet je weten waar het kantelmoment (het snijpunt in het midden) ligt tussen het solidariteitsprincipe van de ledenvoordelen (de voordelen zijn toegankelijk voor heel wat leden, maar niet alle leden vragen alle diensten op hetzelfde moment) en het aanbieden van ledendiensten (waarbij de kost zo hoogt ligt dat je die ofwel met generieke middelen compenseert ofwel verhaal je de diensten op het lid zelf, de steile gele lijn).

LedenKlantenParadoxMestdagh

Dan kom je terecht in een ‘servicing’-omgeving, met als extreme vorm de one-on-one relatie (diensten of producten op maat van één lid) – helemaal rechts in het schema . Het logische vervolg, evenwel niet zonder gevaren, is dat de organisatie de leden als klanten beschouwt. Indien een klant niet tevreden is over de dienst zal hij makkelijker van ‘leverancier’ veranderen. Zodra een organisatie zijn leden klant noemt, zal het des te moeilijker worden om ze als lid te behouden.

Meer weten hoe dit schema van toepassing kan zijn op uw vereniging, neem gerust contact met mij op.

(c) 2013 – Marc Mestdagh


Lid worden is geen gebeurtenis, maar een proces!

Een lidmaatschap vangt meestal pas aan nadat iemand de ‘ik verklaar me akkoord met de statuten’ heeft aangevinkt op je site of de eerste lidmaatschapsfactuur heeft betaald. Maar is men dan wel echt lid geworden? Professionals binnen de organisatie zullen onmiddellijk “ja” knikken, maar of het nieuwe lid dat ook zo aanvoelt is de vraag.

Om een antwoord op deze vraag te vinden, moeten we eerst enkele dingen op een rijtje zetten. Niemand staat ’s morgens op en denkt: vandaag word ik lid van een organisatie.  Neen, hij stelt die vraag pas nadat er een probleem is opgedoken en een oplossing niet meteen binnen handbereik ligt. De zoektocht start. Hij roept de hulp in van het internet en de directe kennissenkring. Misschien is er wel een beroepsvereniging of sectororganisatie die kan helpen?

Hoe lang duurt het voor de ‘problem-owner’ kan inschatten welke organisatie hem soelaas zal bieden – lees: hoeveel marketingpagina’s op de verenigingssite moet hij doorworstelen? Welk beeld kan hij vormen van de organisatie? Welke van de vele ledenvoordelen en -diensten zullen zijn probleem oplossen? Kan hij makkelijk eens bellen of een mail sturen om zeker te zijn dat lid worden een goede beslissing is? Dat betekent wellicht opnieuw wachten, tijdverlies, en misschien ook minder ‘goesting’ om lid te worden. Stel dat de ‘conversie’ er dan toch komt en het gebruiksvriendelijke online formulier ingevuld geraakt is, wat doe je als organisatie méér dan alleen een factuur sturen? Verzend je een kennismakingspakket (nog meer dingen om te lezen)? Een uitnodiging voor het eerstkomende event volgende maand (op een moeilijk uur of aan de andere kant van het land)? Een bevestiging dat het probleem wordt aangepakt? Hoe dat zal gebeuren en binnen welke timing!? Dat moet pas heerlijk aanvoelen.

Maar stopt het hier? Is het lid nu voor eeuwig en altijd ‘geprofiled’ binnen een bepaalde ledencategorie? Weten we wat hij misschien nog graag zou ‘consumeren’ van de organisatie? Weet het lid wat er nog allemaal op het menu staat? Laten we minstens de moeite doen om dat heel kort na het ‘lid worden’ samen uit te zoeken. Een lid heeft al een hele weg afgelegd voordat hij lid werd, maar nu begint het pas echt. Nog belangrijker dan ‘lid worden’, is de evolutie naar het ‘lid zijn’. Leden, of het nu bedrijfsleiders, managers of professionals van een beroep zijn, groeien. Ze worden beter in wat ze doen, ze wisselen van functie, ze krijgen andere behoeften, de wereld rondom hen verandert. Het zijn allemaal factoren die een impact hebben op het verdere verloop van het ‘lidmaatschap’. Als organisatie moet je voldoende gewapend zijn om met deze dynamiek om te gaan en om het proces dat lid en organisatie ondergaan in goede banen te leiden. Om al die moeite van ‘lid worden’ niet te zien verwateren en leden te zien afhaken is er maar één vuistregel: ‘retention starts at recruitment’!

Welke stappen kan je ondernemen zodat nieuwe leden zich snel thuis voelen binnen je vereniging? Ik vertel je dat graag tijdens de volgende workshop over ledenbinding. Of wil je deze sessie organiseren binnen jouw organisatie? Neem dan vrijblijvend contact op met ons: info(a)2mpact.be.

Wil je alvast meer lezen? Hier vind je een pdf van de Bond Beter Leefmilieu over het lidwordingsproces. Dus niet van een sectororganisatie of beroepsvereniging, maar een organisatie die minstens even hard voor ‘loyale en geëngageerde’ leden moet vechten.