Monthly Archives: May 2015

De kracht van inspiratiesessies

Ik gebruik graag de term ‘inspiratiesessie’ voor de workshops die ik geef. Het moet duidelijk maken dat het niet gaat over een klassieke overdracht van informatie, data of kennis, en ook niet over ‘best practices’ of succesformules. Voor sommige deelnemers komt dit wat verwarrend over – want wat is nu het concrete leerdoel, wat neem ik mee naar huis? Ik wil even delen hoe ik hier vanuit mijn praktijk toegekomen ben en wat het succes ervan is.

De wijsheid in pacht

Belangrijke basiseigenschappen van een professional zijn onderlegd zijn in de materie en permanent openstaan om bij te leren. Een professional is dus nooit af. Meer nog, de dagelijkse praktijk dwingt hem om inventief en deskundig om te gaan met nieuwe situaties. Desgevallend ook met zaken waarop niet onmiddellijk een antwoord te vinden is. De uitdaging voor elke professional bestaat erin om zonder gezichtsverlies de ontbrekende kennis bij te spijkeren.

Advies vragen of niet ?

Er is heel wat geschreven over hoe adviseurs het best hun klanten kunnen helpen – hoe het acquisitieproces verloopt, hoe gezocht wordt naar de beste aanpak en finaal wat de toegevoegde waarde van het advies wel mag zijn. Zelden wordt erbij stilgestaan hoe de klant zich erbij voelt advies te moeten vragen. Voor velen is het misschien wel een beetje alsof ze moeten toegeven dat ze het zelf niet helemaal onder controle hebben – dat er dingen gebeuren of net niet, die anders zouden moeten. Dergelijke situaties expliciteren ligt veel mensen niet. Wellicht omdat het je kwetsbaar opstelt, en omdat de cultuur om externe hulp in te roepen er niet is. Ook al omdat adviseurs of consultants meestal geen al te goede reputatie hebben en verdacht worden dingen te doen bewegen, maar zelden op te lossen.

Congressen en opleidingen

Een mogelijke soelaas is om je te ‘informeren’ zonder zelf je eigen probleem uit de doeken te moeten doen. Heel wat mensen nemen hun toevlucht tot het volgen van congressen, opleidingen en vormingsmomenten in de hoop dat hun specifiek vraagstuk aan te orde zal komen, zonder dat ze zich hierbij zelf hoeven te ‘outen’ als probleemeigenaar.  Deelname aan deze events biedt nochtans zelden een oplossing. Congressen en lezingen zijn meestal te breed – de kans dat er in uw roos geschoten wordt is klein. Eigen aan opleidingen, trainingen en workshops is dan weer dat ze vaardigheden trainen – zaken die al enigszins aanwezig zijn, maar die we kunnen verbeteren.

Faciliteren en transformatief leren

Heb je geen zin om één-op-één advies in te winnen, dan is er de optie om in te zetten op transformatief leren. Een moeilijke term om aan te geven dat we gedwongen worden anders naar de dingen te kijken door een ander perspectief in te nemen of door meerdere perspectieven voorgeschoteld te krijgen. In de praktijk kan dit gebeuren tijdens een sessie waarbij de spreker optreedt als facilitator, iemand die nuances op tafel legt, zonder daarom inhoudelijk in te grijpen of op voorhand een resultaat voor ogen te hebben. In de puurste vorm van faciliteren begeleidt de facilitator enkel het proces en wordt het resultaat van de bijeenkomst door de deelnemers zelf bepaald.

Inspireren

Een enigszins andere aanpak bestaat erin dat de facilitator zich toch op het inhoudelijke vlak begeeft, maar met als enige doelstelling de dialoog met en onder de deelnemers tot stand te brengen. De ’inspirator’ dringt zijn kennis niet op – er is helemaal geen machtrelatie tussen de ‘expert’ en de deelnemers. Dit zorgt er uiteraard voor dat de deelnemers ook bereidwilliger zijn om actief mee te werken.  Om dit proces optimaal te laten verlopen maakt de begeleider gebruik van modellen of ‘plaatjes’ om zo complexe situaties op te breken in behapbare onderdelen. Dit bevordert het proces om zaken bespreekbaar te maken. Inzichten groeien vanuit de collectiviteit van de aanwezige professionals, zonder dat iemand zich ‘ten individuele titel’ geroepen voelt om het eigenaarschap op te eisen. Wat in managementtermen een “win-win-situatie” wordt genoemd.

Mijn eerstkomende sessies:
– Inspiratiesessie Community-building: hoe zorg je voor een hechte binding – Academy Verenigingsprofessionals (02/06/2015)

– Inspiratiesessie Onder Professionals – Academy Verenigingsprofessionals (23/06/2015)

__________

*Zie o.m. M.Ruijters (Je Binnenste Buiten, 2015), T.Homan (Faciliteren zonder omwegen, 2013) en Maister, Green en Galford (The Trusted Advisor, 2000)

Advertisements

Hoe verenigingen hun professionals anders kunnen binden

Professionals moeten buiten hun professie durven kijken

Professionals hebben het niet makkelijk. Waar het dragen van een titel (bv. advocaat, dokter) en/of het kunnen voorleggen van ervaring in een specifiek domein leidde tot respect en autoriteit, zien we een commoditisering van hun toegevoegde waarde. Dat heeft ten eerste te maken met het feit dat kennis en expertise niet langer het enige onderscheidende element zijn ten opzichte van concurrenten. Bovendien zijn professionals vandaag onderhevig aan heel wat externe invloeden. De wereld is nu eenmaal complexer geworden en actoren zoals overheid, klanten, concullega’s, enz. zijn veeleisender, mondiger en vooral beweeglijker geworden. De professional staat dus voor heel wat uitdagingen, wil hij zichzelf als professional staande houden.

Binnen grotere structuren zien we dat deze issues geadresseerd worden door ze te ‘managen’: de impact van complexe opdrachten, de onzekerheid op continuïteit, veranderingen in de behoeften van de klanten worden geanalyseerd en de risico’s worden gespreid over het grotere werkpakket en het team verantwoordelijk voor uitvoering. Maar het blijft uiteraard werken met professionals, en die kan je niet zomaar telkens omturnen om de organisatie flexibel te houden. Er is dan ook dikwijls kritiek op de managers die geen halt houden bij de grenzen van het vakinhoudelijke en zich met de inhoud van de professie zelf gaan moeien. Finaal is het belangrijk dat de professionals onbezorgd ‘hun ding’ kunnen doen – en daar wil een organisatie ver in mee denken.

Zelfstandige professionals zoeken dan weer eerder hun toevlucht tot de beroepsvereniging of sectororganisatie in de hoop dat die een zekere bescherming van de professie kan bieden. Traditioneel legitimeren dat soort organisaties zich meestal door de krijtlijnen van een beroep duidelijk uit te zetten en alle mogelijke mechanismen te ontwikkelen (strenge lidmaatschapsvoorwaarden, officiële erkenning, verplichte vorming,…) die de professional een werkbare comfortzone moeten bieden.

De toenemende complexiteit en ook de steeds veeleisendere omgeving dwingen professionals echter ook tot onderlinge samenwerking. Niet zo evident, en al lukt dat, uitmuntende individuele professionaliteit leidt niet noodzakelijk tot goede collectieve professionaliteit. Vijf milieudeskundigen kunnen misschien elk afzonderlijk een sterk rapport schrijven binnen hun discipline, daarom hebben ze nog niet een deskundig, geconcerteerd eindrapport.

Wat uit de vakliteratuur* blijkt is dat heel wat professionals sterk betrokken zijn bij hun eigen domein. Met andere woorden dat ze eigenlijk enkel graag datgene doen waarin ze deskundig zijn, waardoor ze automatisch nog meer deskundig worden in hun domein.

“A specialist is a person who knows a lot about little and goes on knowing more about less until finally he knows everything about nothing”.

Over het eigen muurtje kijken

Professionals moeten dan ook dringend voorbij hun specialisatie durven kijken. Inzicht in en kennis van de omgeving waarin ze opereren is van cruciaal belang geworden. Daarbij moet de professional op zoek naar ‘verbinding’, eerder dan naar afscherming en exclusiviteit. Op zich is het scherpstellen van de professie niet verkeerd, maar het maakt professionals kwetsbaar binnen de veeleisende werkomgeving. Vooral ook wat samenwerking met collega’s betreft: de klassieke beschermingsreflex stimuleert eerder onderlinge concurrentie-issues in plaats van collegialiteit.

Professionele opleidingen die door de beroepsvereniging georganiseerd worden kunnen professionals leren omgaan met die ontwikkelingen door hen te verrijken met ‘connected capacities’ met het oog op een betere binding met de betrokken actoren. Dit kan aanvullend op de vorming gericht op de vakinhoudelijke specialisatie. Er wordt dus zeker geen afbreuk gedaan aan het ‘professionalisme’ en de bijhorende status van de professional. Het komt er alleen op neer dat professionals hun inhoudelijke beroepsuitoefening kritisch blijven bekijken en zich meer dan tevoren verbinden met het speelveld. Alleen dan zullen ze ook stand kunnen houden als professional.

“Professional is not a title you claim for yourself, it’s an adjective you hope other people will apply to you. You have to earn it.” (Julie MacDonald O’Leary)

Dit thema komt ook uitgebreid aan bod tijdens mijn Ledenbindingssessie van 2 juni en die over ‘Onder professionals’ op 23 juni 2015. Meer details op http://academy.2mpact.be/opleiding/66 en http://academy.2mpact.be/opleiding/67

Marc Mestdagh (18/05/2015)

___________________

* O.m. M. Weggeman (Kennismanagement), F. Kwakman (De Ondernemende Professional) en De Bruijn & Noordegraaf (Professionals versus Managers)

 

 


Inspiratiesessie “Communitybuilding – de echte waarde van hechte ledenbinding”

Ik verzorg een nieuwe inspiratiesessie over ‘ledenbinding’, op 2 juni 2015.

Naast essentiële inzichten over de complexiteit van het lid worden, het lid zijn en vooral het lid blijven, komen er enkele nieuwe inzichten aan bod:

  • Kan ledenbinding zo hecht zijn dat het de aanwezigheid van een sterke organisatie overbodig maakt ?
  • Kunnen we de leden zo versterken dat ze de wil tot binding als evident en levensnoodzakelijk ervaren, zo sterk zelfs dat de kracht van de community op de eerste plaats uit hen komt en niet zozeer vanuit de organisatie ?
  • Houdt het ‘professionaliseren’ van de leden van een ledenvereniging of community van de toekomst in de organisatie te ‘desorganiseren’ en te laten evolueren tot een loutere ‘facilitator’ van de zelfaansturing? De belangrijkste eigenschappen van de organisatie zijn dan niet langer ‘beschermende ondersteuning vanuit solide omkadering’ en ‘collectieve belangenbehartiging vanuit sectorale autoriteit’, maar wel ‘flexibiliteit’, ‘onzichtbare ontzorging’ en ‘zingevende inspiratie’.

Wil je hierover meedenken met collega’s die ook dagelijks geconfronteerd worden met de zoektocht naar de ‘perfect’ fit tussen wat leden willen en wat ze krijgen van hun vereniging of community, dan is deze inspiratiesessie voor u bedoeld.

Bekijk hier alle inzichten die aan bod zullen komen op 2 juni in Gent.